Homepagina > Autres langues > No justice, no peace

No justice, no peace

zaterdag 30 april 2011, door Max Redknight

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

3 dagen voor zijn dood in 1970 publiceerde Bertrand Russell, de Amerikaanse filosoof, auteur en pacifist, een artikel over het Midden-Oosten met een veroordeling van de politiek van Israël. In die periode staat het Midden Oosten regelmatig in brand: in 1967 de zesdaagse oorlog en in 1973 zou de Yom Kippur oorlog volgen.
40 jaar later wordt er een “Russell Tribunaal over Palestine” in het leven geroepen, in navolging van de eerdere zittingen die georganiseerd werden rond de oorlog in Viëtnam en rond Zuid-Amerika.

NDLR: une traduction en français de cet article est disponible ici : No justice, no peace

Het Russell Tribunaal is opgezet als een volksrechtbank en buigt zich over schendingen van internationaal recht. Een zitting heeft veel allures van een echte rechtszaak: er zijn juryleden, bewijsmateriaal wordt voorgelezen, beklaagden kunnen zich komen verdedigen.

In de eerste sessie van het Russell Tribunaal over Palestina (in Barcelona, in maart 2010) werd de EU en haar lidstaten veroordeeld [1] omdat ze niet reageert tegen veelvuldige schendingen van internationaal recht en oorlogsmisdaden door Israël.

Niet alleen legt Europa Israël weinig in de weg, door het Associatieverdrag tussen Europa en Israël heeft Israel volledige toegang tot wetenschappelijke, academische, onderzoeks- en technische programmas van de EU. Zo steunt Europa ook rechtstreeks bedrijven die direct betrokken zijn bij de Israëlische bezetting. Israël is betrokken geweest in niet minder dan 2300 onderzoeksprojecten gesubsidieerd door de EU. Ter vergelijking: de bezette Palestijnse gebieden waren betrokken in 55 projecten [2]. In Israël is de beveiligings- en bewapeningsindustrie zowat een sleutelsector en een deel van de projecten gaat dan ook specifiek rond beveiliging. Het komt erop neer dat Europa voor haar “homeland security” ook beroep doet op de Israëlische “expertise” ter zake. Bezet Palestina is dan ook voor Israël een proefterrein om nieuwe technologieën uit te proberen, zoals bijvoorbeeld onbemande vliegtuigen.

De sessie van het Russell Tribunaal over Palestina in London focuste specifiek op de medeplichtigheid van bedrijven en multinationals in de bezetting van Palestina.
De betrokkenheid van bedrijven is uiteraard niet alleen het geval in Palestina. De voorbeelden zijn legio: Shell die de olie in Nigeria leegplundert en hiervoor in ruil aan de Nigeriaanse machtshebbers miljoenen euro geeft terwijl de bevolking niets ziet van de rijkdom van hun land, Total die de dictatuur in Birma steunt, enz…

Het legaal kader die als uitgangspunt diende voor de sessie in Londen, zijn onder andere de veroordeling van de bouw van de illegale afscheidingsmuur in juli 2004 door het Internationaal Gerechtshof, van het bouwen van illegale nederzettingen die in strijd zijn met de 4e Conventie van Genève, en de blokkade en operatie “Gegoten Lood” tegen Gaza die eveneens in strijd zijn met internationale conventies.

Het Russell Tribunaal onderzocht de betrokkenheid van bedrijven in verschillende sectoren:
De wapenindustrie, de bouw en onderhoud van de illegale scheidingsmuur, en het leveren van verschillende goederen en diensten onder andere op financieel vlak en op vlak van beveiliging.

Verschillende bedrijven werd schuldig bevonden. Voor een volledig overzicht van de onderzochte bedrijven en alle materiaal kan je terecht op de site van het Russell Tribunaal [3].

Hieronder geven we een aantal voorbeelden van bedrijven die veroordeeld werden en die ook in België actief zijn.

  • De Deens-britse beveilingsfirma G4S biedt beveiligingsdiensten aan in de illegale nederzettingen en levert materiaal aan Israëlische gevangenissen waar Palestijnse politieke gevangenen zich bevinden. Deze gevangenissen zijn tegenstrijdig met de wet gezien de Palestijnen vastgehouden worden op Israëlisch grondgebied. Daarnaast levert G4S ook lichaams- en bagagescanners aan verschillende militaire checkpoints.
  • Het Franse bedrijf Veolia is betrokken bij de aanleg van een omstreden tramlijn en twee busverbindingen in Jeruzalemwaardoor West-Jeruzalem verbonden wordt met een aantal illegale nederzettingen op Palestijns grondgebied en in het geannexeerde Oost-Jeruzalem. De twee buslijnen zijn discriminerend omdat ze enkel kunnen gebruikt worden door Israëli’s en niet door Palestijnen.
  • De Frans/Belgische bank Dexia heeft via haar filiaal in Israël verschillende leningen toegekend aan illegale nederzettingen. Daarnaast helpt Dexia ook de Israëlische loterij aan financiële middelen en financiert ze zo ook indirect mogelijks 43 nederzettingen.
  • het Amerikaanse bedrijf Caterpillar levert gepantserde bulldozers (type D9) die gebruikt worden om Palestijnse huizen te vernietigen.
  • Daarnaast zijn er bijvoorbeeld ook nog leveranciers die cosmeticaproducten verkopen van Ahava, die modder uit Palestijns grondgebied aan de Dode Zee gebruikt in haar cosmetica en zo effectief aan plundering doet van Palestijnse grondstoffen.

Al deze bedrijven werd ook uitgenodigd om uitleg te komen geven bij hun activiteiten of hen de mogelijkheid te bieden om zich te verdedigen tegen de aanklachten. Niet verwonderlijk was geen enkele bedrijfsvertegenwoordiger aanwezig tijdens de sessie. Een aantal reageerden wel schriftelijk [4].

In verschillende landen zijn er reeds actiegroepen die actief campagne voeren rond deze bedrijven. Multinationals zoals de bedrijven die hierboven vermeld staan hebben vuile handen maar zijn wel uiterst gevoelig voor negatieve berichtgeving. De meesten hebben ook een ethisch charter of handvest waarbij ze verklaren dat ze zich zullen houden aan internationale regels en mensenrechten.

G4S heeft ook zo’n ethisch charter [5] Maar het weerhoudt het bedrijf er niet van om in hun promotiemateriaal te pochen met hun nieuwe technologieën die ze reeds hebben uitgeprobeerd en verfijnd (op de Palestijnen dus!).

Conclusie:

Het Russell Tribunaal heeft een wat academisch karakter en een zitting is geen dynamische uitwisseling van ideeën. De getuigenissen zijn echter wel goed onderbouwd en gedocumenteerd.
Het Russell Tribunaal richt zich vooral op het aanklagen en is op zich geen instrument van verandering. Het geeft wel aanzet en materiaal voor activisten die concrete lokale campagnes wil opzetten tegen de bezetting van Israël. In die zin was vooral de zitting in Londen een zinvolle bijeenkomst omdat het een kruising was van een klassieke rechtszaak met juridische argumenten, getuigenissen van specialisten in een specifiek dossier maar vooral een bijeenkomst van internationale activisten uit Spanje, VS, Engeland, … die zich inzetten in concrete acties. En die acties lonen: in Kopenhagen werd actie gevoerd tegen G4S, waardoor de stad Kopenhagen besliste om al haar contracten met de bewakingsfirma op te zeggen.
En Dexia overweegt uiteindelijk om haar afdeling is Israël te verkopen.
Om multinationals als deze aan te klagen moeten de krachten gebundeld worden en moet er een tegenmacht (op)gebouwd worden.

En voor Israël en Palestina geldt nog steeds: zolang er geen gerechtigheid is, kan er geen vrede zijn. No justice, no peace !

Max Redknight

De jury van het Russell Tribunaal bestaat officieel uit 11 leden. Erevoorzitter is de Franse ex-ambassadeur bij de VN voor Frankrijk Stephan Hessel. Zijn recente boek “Indignez-vous” was een enorm succes. Hessel is van Joodse afkomst en overleefde de kampen Buchenwald en Dora. Hij schreef ook mee aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Ook de ex-Belgische PS-senator en voorzitter van de Association Belgo-Palestinienne Pierre Galand speelt een belangrijke rol. Hij leidt het Belgisch nationaal steuncomité van het Russell Tribunaal.

Tijdens de sessie van Londen waren 8 juryleden aanwezig:
- Michael Mansfield, “Brits advocaat en voorzitter van de Haldane Society of socialist lawyers in Britain”

- José Antonio Martín Pallín, een rechter bij het Spaanse hooggerechtshof. In 2006 kreeg hij de prijs voor de nationale mensenrechten in Spanje.

- John Dugard, Zuid-Afrikaans professor in international recht en voormalig speciaal rapporteur South African international law professor and former special rapporteur over de mensenrechten in de Plaestijnse gebieden.

- Ronald Kasrils, Zuid-Afrikaans schrijver, politicus en activist.
Hij was lid van het nationaal uitvoerend bestuur van ANC en lid van het centraalcomité van de Zuid-Afrikaanse communistische partij.

- Mairead Corrigan Maguire, voormalig Nobelprijswinaar voor de Vrede uit Noord-Ierland en Ierse vredesactiviste.

- Cynthia McKinney, voormalig lid van het Amerikaanse Congress en lid van de Green Party. Ze zetelde eerder 12 jaar als lid in het VS-Huis van Afgevaardigden voor de Democraten.

- Lord Anthony Gifford was meer dan 30 jaar advocaat in Groot-Brittanië.

Aminata Traoré, auteur en voormalig minister van Cultuur in Mali en Alice Walker, Amerikaans schrijfster konden niet aanwezig zijn in Londen.

SPIP | Overzicht van de site | De activiteit van de site opvolgen RSS 2.0